foto: meisjes voor het schoolbord in een grid van balletjes
Leer voor je leven

Aanvullende informatie SHB&D

Aanvullende informatie SHB&D

Voor wie?
Je kunt de specialist hoogbegaafdheid & differentiatie zien als een expert op het gebied van excellentie en differentiatie. De specialist is in staat een beleidsplan voor de school (of meerdere scholen binnen het bestuur) te schrijven, voert praktijkgericht onderzoek uit  op het gebied van hoogbegaafdheid en differentiatie en vervult een initiërende en stimulerende taak met betrekking tot hoogbegaafdheid en differentiatie. De specialist is het aanspreekpunt voor collega’s en ouders en stemt zijn of haar taken af met directie en het docententeam. De eenjarige opleiding Specialist Hoogbegaafdheid en Differentiatie (SHBD) geeft een stevige basis voor deze taak

Toelatingseisen

  • De cursist beschikt over een bachelordiploma en onderwijsbevoegdheid voor het primair en/of voortgezet onderwijs.
  • De cursist is een onderwijsprofessional (docent, intern begeleider of directielid) en wilt jouw professionele ontwikkeling verder verdiepen en verbreden in relatie met de ontwikkeling van de onderwijsinstelling waarin u werkt.
  • De cursist kan opdrachten uitvoeren in de beroepspraktijk. Jouw schooldirectie/ het bestuur stemt in met de inhoud van de opleiding.
  • Je beheerst de Engelse taal voldoende om artikelen in het Engels te kunnen lezen en begrijpen.

Wat je leert?
Het centrale thema van de opleiding Specialist HB&D is het leren loslaten van (soms foutieve) bestaande en vaak stereotype gedachten en handelingen. Je leert vanuit twee perspectieven te denken en te handelen. Dat is enerzijds een nauwe focus waarbij de aandacht op één aspect wordt gericht en deze verder wordt uit gewerkt. Anderzijds is er een helicopterview waarbij het uitgewerkte aspect in het grotere geheel wordt gezien. Er is een constante wisselwerking tussen deze twee perspectieven.

De inhouden van de opleiding zijn vanuit een micro- en meso optiek ontwikkeld.

Vanuit micro optiek

In de bijeenkomsten staan het kind, de terminologie en een eerste aanzet tot het maken van beleid centraal. Er worden vragen beantwoord als: wat verstaan wij onder hoogbegaafdheid? Welke leerlingen behoren tot deze categorie? Wat kunnen wij deze hoogbegaafde kinderen bieden? Welke aanpak en didactiek is het meest geschikt voor de leerlingen? Hoe zorg je voor de differentiatie in de reguliere klas? Welke materialen zijn er? Hoe zet je die in? Wat doe je in de klas en wat zou je eventueel in een plusklas kunnen aanbieden?

Gedurende de bijeenkomsten zullen wij uitgebreid stil staan bij alle facetten van het beleidsplan als het fundament van de dagelijkse praktijk. Door te leren planmatig te werken rondom hoogbegaafdheid en differentiatie zorgen we voor een uniforme en protocollaire wijze van handelen in het team. Tevens leer je beleid te maken over hoe de school de kinderen die bovengemiddeld (kunnen) presteren wil gaan/gaat faciliteren. Ook leer je hoe je thema’s voor onderzoek kunt vaststellen om jouw werk in de school te kunnen ondersteunen met praktijkgericht onderzoek.

De thema’s die vanuit deze micro-optiek onder andere aan de orde komen, zijn

  • Theorie, signaleren, leerlingkenmerken, IQ-testen en doorstromen/ versnellen
  • Onderpresteren; de kenmerken en aanpak
  • Leerproblematiek (autistisch spectrum, dyslexie, dyscalculie, ADHD, ADD)
  • Opstellen beleidsplan hoogbegaafdheid met SMART- geformuleerde doelstellingen
  • Belang van het actueel houden van het beleidsplan en het cyclisch evaluatieproces
  • Compacten & verrijken
  • Differentiatiemogelijkheden en klassenmanagement
  • Materialen, spelletjes en gebruik van het TASC-wiel van Belle Wallace
  • Manieren van leren: werking van de hersenen, top down, mindmappen en snellezen
  • Dossiervorming & overdracht
  • Communicatie ouders  
  • Plusklas & Leonardo-concept

Vanuit meso-optiek

Tijdens de opleiding wordt ook aandacht besteed aan het verbreden van uw kennis over de beïnvloedingsmechanismen van de omgeving van het (hoogbegaafde) kind. Welk leerkrachtgedrag is gewenst en hoe kan de specialist HBD dit ondersteunen door het toepassen van het ijsbergmodel? Op welke persoonlijkheidskenmerken (op leerling- en leerkrachtniveau) moet u als specialist zicht hebben om interventies succesvol te kunnen laten verlopen? Hoe spelen de invloeden van de omgeving (medeleerlingen, ouders/het gezin) een rol in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen?

  • De thema’s die vanuit deze meso-optiek aan de orde komen zijn:
  • Nurture/ nature; invloed op & van anderen
  • Overexcitabilities – Dabrowski
  • Executieve functies
  • Onderpresteren
  • Duurzaam succesvol werkgedrag – ijsbergmodel
  • Kernkwadranten – D. Ofman
  • Growth & fixed mindset – Carol Dweck
  • Kwaliteiten en competenties leerkrachten en coördinatoren hoogbegaafdheid & differentiatie
  • Workplace big 5 – persoonlijkheidsvragenlijst & reflectie op persoonlijke kwaliteiten
  • Leerkrachtgedrag, attitude en overtuigingen (priming & stereotyperingen)
  • Verscherpen beleidsplan & S.M.A.R.T. doelstellingen
  • Coördinator: rollen, weerstanden

Leerdoelen en beoordelingsmethodiek

Je ontwikkelt een kritische houding ten opzichte van visies, handelingen en attitudes. Daarbij worden beleidskeuzes altijd verantwoord vanuit de theoretische kaders en met goed onderbouwde argumenten.
De opleiding verhoogt jouw professionaliteit, zodat je als specialist HB&D de schoolontwikkeling op planmatige wijze richting hoogbegaafdheid & differentiatie kunt  begeleiden met behulp van kennis, vaardigheid en inzicht.

De volgende beoordelingsmethodiek wordt uitgevoerd:

Startassessment:

  • Ingevuld intakeformulier met competentiematrix
  • Mondelinge afstemming van verwachtingen, aanwezige competenties en geschiktheid opleiding, tijdens eerste bijeenkomst .

Tussenassessment:

  • (Deel)product(en) Beleidsplan
  • Evaluatie WB5 + reflectieverslag competenties en kritische persoonlijke kwaliteiten
  • 360 graden feedback

Eindassessment:

  • Beoordeling beleidsplan
  • Kennistoets opleiding Specialist HB&D

Studiebelasting

De opleiding omvat twaalf bijeenkomsten van vijf uur gedurende één collegejaar, waarbij tijdens de lessen ook tijd is om opdrachten uit te werken. De bijeenkomsten bestaan altijd uit een instructiecomponent, een werkcomponent en een feedbackcomponent (in leerteams). Daarnaast moet je ongeveer 95 uur besteden aan het maken van het huiswerk (verder uitwerken van opdrachten en de afstudeeropdracht).

Er geldt een aanwezigheidsplicht van minimaal 80%. Mocht je onverhoopt meerdere bijeenkomsten niet kunnen bijwonen, dan is het mogelijk een vervangende opdracht hiervoor te doen. Er zijn twaalf bijeenkomsten gepland. Daarnaast moet je huiswerkopdrachten uitvoeren, literatuur lezen, etc.

Totale studiebelasting: 350 uur.

Naast de groepsbijeenkomsten is er voor elke cursist docent-tijd gereserveerd voor individuele evaluatie en feedback op het beleidsplan en de huiswerkopdrachten door de docent(en) van de opleiding.

 

Deel deze pagina op Google Plus Deel deze pagina op LinkedIn