foto: meisjes voor het schoolbord in een grid van balletjes
Leer voor je leven

Onderwijsbehoefte kwartet

Onderwijsbehoefte kwartet

In mijn werk als leerkracht en nu als nascholingsdocent heb ik meer dan eens de handelings-verlegenheid van de leerkracht voor de klas gehoord. Een leerkracht die vanuit passie met kinderen werkt. Maar soms gedrag ontmoet waar geen antwoord op lijkt te passen. In stilte trekt de leerkracht zich dat aan, maakt zich verwijten, breekt zich het hoofd over een aanpak. Soms houdt het je wakker uit de slaap. Slaap die zo nodig is om de volgende dag weer alle uitdagingen aan te gaan.

Het kwartetspel is ontstaan vanuit een optimistische kijk op gedrag van mensen. Ik zie (ongewenst en gewenst) gedrag als feedback aan de omgeving. De persoon maakt iets duidelijk. Bij gewenst gedrag nemen we het waar en leidt het niet zelden tot een versterking van het gedrag dat we al zagen.

Met uw team op zoek naar de ondersteuningbehoefte van uw team?
Vraag een vrijblijvende offerte aan voor op locatie

beeld_kwartetspel_331

Maar wanneer het ongewenst gedrag betreft, dan is het lang niet altijd duidelijk wat de persoon daarmee bedoelt. Er is sprake van weerstand. En dat uit zich in terugtrekken, onzichtbaar maken of zichtbaar maken. Onzichtbaar maken heeft meer dan eens tot gevolg dat de leerkracht het kind ook de ruimte geeft zich terug te trekken. Niet met opzet, maar ander gedrag vraagt voortdurend om de aandacht en de reactie. Dat is dan met name het zichtbare gedrag. Meer dan eens zie je dat de leerkracht die weerstand ook met weerstand gaat bestrijden. Een beetje druk verhogen, een beetje (negatieve) aandacht geven, mopperen, bestraffend toespreken, straffen of wat dan ook. Duidelijk is dat de leerkracht omslaat naar het gebruik van “macht en dwang”. Maar of dat helpt? Doorgaans niet voor de lange termijn.

Als we gedrag zien als een doorgeschoten kwaliteit (valkuil), dan is de uitdaging om de kwaliteiten te benoemen. In het spel hebben we voor labels gekozen die de leerkracht herkent in de dagelijkse praktijk. Door gedrag te beschrijven in kernwoorden kwamen we vrij gemakkelijk op een aantal kwaliteiten. Daarvan hebben we de meest herkenbare in het kwartet verwerkt.

Nu past op een kind meestal meer dan een typering. Dus gelukkig ook heel veel kwaliteiten. Soms afhankelijk van de situatie, de taak, de persoon verschillen die nog wel eens. Door de kwaliteiten te benoemen kijk je vanuit een positief en optimistisch vertrekpunt. Nu kun je de behoeften benoemen die het kind heeft om in deze kwaliteit te blijven.

Bij R.T. weten we al heel lang dat je niet moet “hameren” op de defecten. Maar moet aansluiten op wat al aanwezig is en daarop voortbouwen. Voor gedrag geldt hetzelfde. Benoem wat je waardeert in het kind en zoek (samen) naar de aanpak waardoor kwaliteiten worden uitgebouwd en uitdagingen worden aangegaan.

Veel optimisme gewenst,

Jan van Veen

 

Deel deze pagina op Google Plus Deel deze pagina op LinkedIn