foto: meisjes voor het schoolbord in een grid van balletjes
Leer voor je leven

De slimme kleuter

De slimme kleuter, een uitdaging

Hoogbegaafdheid is de laatste jaren steeds meer onder de aandacht. Dat betekent dat ook de (h)erkenning van én ervaring met kleuters met een  slimme_kleuter_anouk_mulder_266ontwikkelingsvoorsprong groeit, waardoor de slimme kleuter een grotere kans op goede begeleiding krijgt. Toch gebeurt dat nog niet structureel en is het in veel gevallen leerkrachtafhankelijk en ook deels afhankelijk van de focus die de schoolorganisatie legt.

Jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong lopen veel risico om tegen problemen zoals onderpresteren, faalangst of demotivatie aan te lopen. Simpelweg omdat het jonge kind niet graag anders wil zijn en al heel jong het vermogen heeft zich aan te passen aan de gangbare ‘normen’ en verwachtingen in de groep. De slimme kleuter heeft snel in de gaten wat het fenomeen school inhoudt, wat je daar kunt en mag doen en wat het niveau is. Terwijl de leerkracht het kind een aantal weken de tijd geeft om te wennen aan de schoolse situatie, geef het in principe het kind ook de tijd om zich aan te passen aan het niveau van de groep! Als het om zich heen ziet dat andere kinderen simpele puzzels leggen, zal hij eerder geneigd zijn dat ook te doen, dan aan te geven dat het graag een moeilijke puzzel wil. Niet alleen het doen van ‘simpele’ activiteiten neemt het kind over van andere kinderen, ook het gedrag. Als hij ziet dat andere kinderen bepaalde vaardigheden nog niet kunnen en   daar onzeker over zijn, is het vaak zo dat het slimme kind dit overneemt en ook onzeker gedrag gaat vertonen. Want “dat schijnt zo te gaan op school...”

Hierdoor krijgt de leerkracht een heel ander beeld dan dat het eerder waarschijnlijk van de ouders heeft gehoord. Om een jong kind met een ontwikkelingsvoorsprong  goed te kunnen begeleiden is het belangrijk dat een leerkracht de slimme kleuter snel kan signaleren en diagnosticeren, al direct in de eerste weken van het kind op de basisschool. Want de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind verloopt niet altijd vanzelfsprekend.


column_slimme_kleuter_anouk_mulder_500

Hoe eerder duidelijk is wat een kind daadwerkelijk kan, des te beter daarop ingespeeld en het aanbod afgestemd kan worden. Dit heeft consequenties voor (het moment van) de intake, dat je als leerkracht weet wat je moet zien, en weet wat onderwijsbehoeften zijn van hoogbegaafde kinderen. Veel leerkrachten vragen zich ook af hoe ze kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong het beste kunnen begeleiden in de dagelijkse praktijk. Dat zit ‘m niet alleen in de aanschaf van materialen, maar vooral de juiste (onderzoeks)vragen kunnen stellen, het aansturen van een werkhouding en doorzettingsvermogen, het geven van zelfverantwoordelijkheid en autonomie, en vooral heel veel begrip! Deze jonge slimme kleuters hebben recht op begrip van hun leerkracht voor de wijze waarop ze in het leven staan, hoe ze (anders) denken en de manier waarop ze zaken aanpakken. Tijdens de cursus ‘Ontwikkelingsvoorsprong in de Onderbouw’ wordt enerzijds duidelijk hoe de leer- en persoonlijkheidseigenschappen zich openbaren bij het jonge kind, welke specifieke aandachtspunten er zijn voor signalering en diagnostiek, wat de school zelf kan en wanneer extern diagnostisch onderzoek wenselijk is. Anderzijds gaan we praktisch in op de zorgvuldige afweging tussen een verrijkingsaanbod en vervroegde doorstroming, de uitgangspunten die gelden voor compacten en verrijken en de mogelijkheden een breed verrijkingsaanbod te kunnen bieden in groep 1-2.

Voor wie?
Voor leerkrachten uit de groepen 1-2 die ervaringen met (hoog)begaafde kinderen willen uitdiepen en met collega’s uitwisselen;
Voor IB-er’s en Onderbouwcoordinatoren;

Deel deze pagina op Google Plus Deel deze pagina op LinkedIn